AI versus menselijke intelligentie: waarom computers nooit storende innovaties zullen creëren

Artificial Intelligence (AI) is de laatste jaren vooruitgeschoten, verdedigd door een libertaire, technisch liefhebbende en wetenschapsgestuurde elite. Deze 'transhumanisten' spreken de uiteindelijke overwinning van de machine over de natuur uit. Eerst worden we geïntegreerd met chips; en dan zullen we misschien door hen worden overtroffen. Deze op AI geïnspireerde toekomst, met echo's van Blade Runner en Battlestar Galactica, is voor veel mensen diep deprimerend en brengt een wereld met zich mee waarin menselijke creativiteit en uniekheid zijn vervangen door de standaardisatie van robots.

De transhumanistische visie is gebaseerd op de overtuiging dat hersenen in wezen computers zijn. Dat AI-fans door dit idee zijn geïnspireerd, is niet verwonderlijk, aangezien velen veel geld hebben verdiend met het bouwen van machines op siliconenbasis; of de algoritmen die erop worden uitgevoerd. Algoritmen ondersteunen het hele bedrijf van het internet en versterken de kracht van Google, Facebook en Netflix. Het zijn unieke stukjes code die berekeningen maken. Ze bieden advertenties, inhoud of diensten aan ons gebruikers op basis van de resultaten van deze berekeningen. AI-voorstanders denken dat zodra computers voldoende geavanceerde algoritmen hebben, ze in staat zullen zijn de menselijke geest te verbeteren en vervolgens te repliceren.

Dit verleidelijke geloof is echter meer geworteld in metafoor dan in de werkelijkheid.

De mensheid heeft cognitie altijd benaderd via de regelmetafoor van de dag. De ouden dachten aan de geest in termen van humeur. Vroegmoderne christenen, zoals Rene Descartes, zagen onze geest als iets ongrijpbaars, waarschijnlijk te maken met God. In het industriële tijdperk zagen we de hersenen eindelijk een machine worden. Ten eerste een soort stoommachine; dan een telefooncentrale; en ten slotte een computer (of netwerk daarvan).

Toch negeert de computermetafoor misschien de meest soortbepalende eigenschap van mensen: dat we dingen kunnen creëren; en we kunnen dit bewust doen. We kunnen niet alleen concepten, bedrijfsmodellen en ideeën maken; elke menselijke cel kan zichzelf creëren! Toch is geen enkele machine, hoe flitsend ook, ooit in staat geweest om dit te doen. Geen enkele wetenschappelijke theorie heeft volledig uitgelegd hoe het leven zichzelf schept; en waar deze creativiteit vandaan komt. Grote wetenschappers zoals Erwin Schrödinger hebben diepe nieuwsgierigheid geuit over hoe het leven de grote natuurwetten kan omzeilen, met name die van entropie, de 2e wet van de thermodynamica.

De reguliere wetenschap beweert dat het universum werkt volgens vaste regels, ontdekt door Newton, Faraday en Maxwell. Dit is het universum als machine. Maar hier is de doozy: Terwijl onze meest geavanceerde machines, algoritmen, complexe berekeningen maken volgens een reeks regels, ontwrichtende innovators en geniale creatieven - het soort dat nieuwe bedrijfsmodellen als AirBnB en nieuwe vormen van kunst zoals Guernica voortbrengt - de regels overtreden . En we kunnen allemaal genieten van dit soort regels die doorbraken doorbreken, elke keer als we onze gewoonte overwinnen en op een nieuwe manier met onze geliefde spreken; of breek los van het verleden door een nieuwe passie te volgen.

Waar komen die doorbraken - deze disruptieve innovaties - vandaan? Nou, als ze uit een algoritmisch brein kwamen, zouden we dan zeker in het verleden al toegang hebben gehad tot die resultaten? Doorbraakcreativiteit zou slechts een herassemblage zijn van wat we al weten. Toch zijn doorbraken van nature onvoorspelbaar; terwijl algoritmen mensen rijk maken door voorspelbaar te zijn.

Geplaatst op 7wData.be.